Buitenrit met je paard voorbereiden: controles voor vertrek
Praktische gids
Buitenrit met je paard voorbereiden: controles voor vertrek
Een buitenrit met je paard voorbereiden begint met één vraag: past deze route vandaag bij jullie? Controleer je paard, je uitrusting, het weer en de route. Spreek ook af wie weet waar je rijdt en wanneer je terugkomt. Klopt een belangrijk punt niet, pas je plan dan aan of vertrek niet.

Inhoudsopgave
Handig bij deze gids
Deze producten sluiten aan op de onderwerpen in deze gids. Bekijk per product het gebruik en waar je op moet letten bij je keuze.
De vacht nalopen

Roskam met Manenkam en Handvat
Met deze roskam kun je de vacht van je paard nalopen voordat je het zadel oplegt.
Let op bij je keuze Controleer de rug en de plekken onder het tuig ook met je ogen en handen op vuil of gevoelige plekken.
Grip op de teugels

Rijhandschoen met Grip op de Handpalm, Zwart, voor Volwassenen – Magic Grippy
Deze rijhandschoenen voor volwassenen hebben gripmateriaal op de handpalmen, waar je de teugels vasthoudt.
Let op bij je keuze Controleer of de handschoenen goed zitten en je de teugels er prettig mee kunt vasthouden.
Leren spullen schoonmaken

Lederreinigingsspray voor Zadels en Schoenen, 500 ml – Excellent Leather Cleaner Spray
Met deze spray kun je na de rit vuil van een leren zadel of leren laarzen verwijderen.
Let op bij je keuze Kijk bij het schoonmaken meteen of het leer, de naden en de bevestigingen nog in orde zijn.
Gebruik deze vertrekkaart terwijl je je paard klaarmaakt. De vragen helpen je beslissen; een vinkje is geen vervanging voor je eigen beoordeling.
| Controle | Vraag vóór vertrek | Als het antwoord nee is |
|---|---|---|
| Paard en ruiter | Beweegt en gedraagt je paard zich zoals je gewend bent? Past de route bij jullie ervaring en conditie? | Vraag zo nodig hulp en kies niet voor een rit die nu te veel vraagt. |
| Uitrusting | Zijn hoeven, tuig, helm en schoeisel gecontroleerd? | Los een probleem met de uitrusting op voordat je rijdt. |
| Route en weer | Ken je de ondergrond, oversteekplaatsen en weersverwachting? | Kies een passend alternatief of stel de rit uit. |
| Toegang | Mag je te paard over de gekozen paden en heb je een eventuele ruiterpas? | Controleer de gebiedsregels en wijzig zo nodig je route. |
| Bereikbaarheid | Weet iemand waar je rijdt en wanneer je terugkomt? Heb je je telefoon bij je? | Maak eerst een duidelijke afspraak met een contactpersoon. |
Ervaring, conditie en begeleiding van paard en ruiter
Vergelijk je plan met wat jij en je paard al kennen. Denk aan verkeer, onverwachte geluiden, smalle paden en de lengte van de rit. Voor een jong of onervaren paard adviseert KNHS Buitenrijden om met korte ritten op vertrouwde plekken te beginnen en aanvankelijk ervaren gezelschap mee te nemen. Twijfel je over jullie vaardigheden, bespreek de rit dan met een gediplomeerde rijinstructeur. Lees het advies van KNHS Buitenrijden.
Bekijk je paard voordat je opzadelt, ook terwijl het loopt. Let op gedrag dat anders is dan normaal, een wond of een afwijkende beweging. Pijnsignalen en kreupelheid kunnen subtiel zijn. Vermoed je pijn of kreupelheid, maak er dan geen proefrit van en neem contact op met een dierenarts. Het LICG beschrijft mogelijke pijnsignalen.
Rijd je samen? Spreek vooraf af wie de route kent, welk tempo jullie aanhouden en hoe iemand aangeeft te willen stoppen of omkeren.
Pasvorm, slijtage en bescherming van je uitrusting
Controleer of de rug en de plekken onder het tuig schoon zijn. Kijk of zadel, singel en hoofdstel goed zitten en loop gespen, stiknaden, beugelriemen en teugels na op beschadiging of losse bevestigingen. Bekijk de hoeven op steentjes of andere vastzittende voorwerpen. Twijfel je over de pasvorm van het zadel, laat die dan beoordelen voordat je gaat rijden.
Draag een goed passende rijhelm en geschikt schoeisel. Controleer ook of je kleding en spullen je beweging niet hinderen. Het LICG noemt een veiligheidshelm, rijlaarzen en passend harnachement als veiligheidsmaatregelen en adviseert de plekken onder het tuig schoon te houden en de hoeven te controleren. Lees de verzorgingsadviezen van het LICG. Bij beperkt zicht is reflecterende kleding een aandachtspunt volgens KNHS Buitenrijden.
Ondergrond, weer, verkeer en toegangsregels op je route
Loop je route in gedachten langs: waar kom je verkeer tegen, waar wordt het pad smal en waar kun je omkeren? Controleer kort voor vertrek de KNMI verwachting en eventuele weerwaarschuwingen. Kijk ter plekke of zicht en ondergrond passen bij de rit die je had gepland.
Een pad op een kaart is niet automatisch toegankelijk voor ruiters. Raadpleeg de informatie van de terreinbeheerder en lees de borden bij de ingang. Bij Staatsbosbeheer betekent een bord met ‘Vrij wandelen op wegen en paden’ op zichzelf niet dat je er mag paardrijden. Natuurmonumenten staat paardrijden in zijn gebieden toe op aangegeven ruiterpaden; voor sommige gebieden is een ruiterpas verplicht. Controleer daarom de regels voor jouw traject, niet die van een ander gebied. Bekijk de uitleg van Staatsbosbeheer en de gebiedsregels van Natuurmonumenten.
Wanneer stel ik een buitenrit beter uit?
Stel de rit uit als je paard afwijkend beweegt, essentieel tuig niet in orde is of je de omstandigheden op de route niet goed kunt beoordelen. Een korter, bekend rondje is alleen een alternatief als daarmee de reden voor je twijfel verdwijnt.
Contactpersoon, terugkeertijd en plan bij problemen
Vertel een bereikbaar persoon waar je start, in welk gebied je rijdt en wanneer je ongeveer terug bent. Spreek af wat diegene doet als je niet terugkomt en niet reageert. Neem een opgeladen telefoon mee op je lichaam, niet alleen in een tas aan het zadel. Dat laatste adviseert ook KNHS Buitenrijden.
Welke informatie laat ik thuis achter?
Noteer je naam en telefoonnummer, het vertrekpunt, de voorgenomen route en je verwachte terugkeertijd. Zet er ook bij wie bij een probleem met je paard kan helpen. Verander je onderweg wezenlijk van plan, laat het je contactpersoon weten zodra dat veilig kan.
Is er spoedeisende hulp nodig, bijvoorbeeld voor een gewonde persoon, bel dan 112. Vertel wat er aan de hand is en waar hulp nodig is. Voor een probleem met je paard neem je contact op met een dierenarts. Bekijk wanneer je volgens de Rijksoverheid 112 belt.
Paard en uitrusting na de buitenrit controleren
Kijk na terugkeer hoe je paard loopt en zich gedraagt. Controleer de hoeven en bekijk de plekken onder zadel, singel en hoofdstel op nieuwe schuurplekken of wondjes. Loop ook het tuig na en leg een beschadigd onderdeel apart. Blijft je paard afwijkend bewegen of vermoed je pijn, overleg dan met een dierenarts.
Meld je contactpersoon dat je terug bent. Noteer voor een volgende rit wat je wilt veranderen, zoals een lastig kruispunt, een onverwacht slecht pad of uitrusting die aandacht nodig heeft.