Varkens

Varkens voeren: voerkeuze, voerplek en dagelijkse controle

Praktische gids

Varkens voeren: voerkeuze, voerplek en dagelijkse controle

Varkens voeren begint bij de dieren die voor je staan. Bepaal hun levensfase en conditie, kies voer dat daarbij past en kijk tijdens het voeren of ook het rustigste dier werkelijk eet. Door restvoer en eetgedrag te vergelijken met eerdere voerbeurten merk je veranderingen op zonder meteen een oorzaak aan te nemen.

Inhoudsopgave
  1. Producten bij deze gids
  2. Leeftijd, levensfase, conditie en huisvesting bij de voerkeuze
  3. Voersoorten en etiketten vergelijken op samenstelling en gebruik
  4. De voerplek: toegang, concurrentie, morsen en schoonmaak
  5. Voeropname, eetgedrag en conditie over meerdere voerbeurten volgen
  6. Vlees, bijproducten en ecologisch voeren: claims toetsen
  7. Minder eetlust of afwijkende groei: wanneer advies vragen?

Handig bij deze gids

Deze producten sluiten aan op de onderwerpen in deze gids. Bekijk per product het gebruik en waar je op moet letten bij je keuze.

Leeftijd, levensfase, conditie en huisvesting bij de voerkeuze

Een big rond het spenen, een groeiend varken en een drachtige of zogende zeug vragen niet vanzelf hetzelfde voer. Ook bij volwassen hobbyvarkens tellen conditie en het overige voer mee. De voedernormen van CVB onderscheiden diergroepen en fasen; het LICG adviseert hobbyhouders om de conditie te volgen.

Noteer vóór je voer vergelijkt de leeftijd of levensfase, het verloop van gewicht of conditie, wat de dieren verder eten en of ze binnen of buiten lopen. Kijk bij groepshuisvesting ook of een dier bij het voeren wordt verdrongen. Bespreek met deze gegevens de voerkeuze met je leverancier of een varkensvoedingsdeskundige. Een etiket alleen levert geen passend rantsoen voor ieder dier op.

Vragen voor de voerkeuze en aandachtspunten bij de voerbeurt
Diergroep Noteer vooraf Vraag aan de leverancier Kijk tijdens het voeren
Biggen rond het spenen Leeftijd, fase en huidig voer Voor welke fase is dit voer bedoeld en hoe begeleid ik een voerwisseling? Eten de afzonderlijke biggen mee?
Groeiende varkens Groeifase en verschillen in ontwikkeling Wanneer beoordelen we opnieuw of dit voer past? Wordt een kleiner of rustiger dier weggehouden?
Drachtige of zogende zeugen Fase, conditieverloop en ander verstrekt voer Hoe sluit het voer aan bij deze fase en conditie? Eet de zeug zoals gebruikelijk?
Volwassen hobbyvarkens Conditie, beweging en eventueel ruwvoer of extra voer Past dit voer bij deze dieren, in plaats van bij groeiende varkens? Verandert de belangstelling voor voer?

Voersoorten en etiketten vergelijken op samenstelling en gebruik

Kijk op het etiket van mengvoer eerst of het een volledig of aanvullend diervoeder is. Aanvullend voer is als dagrantsoen alleen toereikend in combinatie met ander voer. Controleer vervolgens de bestemde diersoort, gebruiksaanwijzing, samenstelling, analytische bestanddelen, toevoegingsmiddelen, houdbaarheidsdatum en het nummer waarmee de partij te herkennen is. De NVWA licht deze etiketgegevens toe.

De voedermiddelen staan bij ‘samenstelling’ in dalende volgorde van gewicht. Dat vertelt je niet op zichzelf of het voer voor jouw dieren geschikt is. Vraag bij twijfel hoe het voer, inclusief eventueel ruwvoer of andere voedermiddelen, aansluit bij de beoogde fase. CVB behandelt daarvoor onder meer energie, aminozuren en mineralen per diergroep. Bewaar het etiket of maak er een leesbare foto van en noteer wanneer je van voer of partij wisselt.

De voerplek: toegang, concurrentie, morsen en schoonmaak

Blijf even kijken wanneer de dieren eten. Komt ieder dier aan bod, of wacht er telkens één op afstand? Een bak waarin voer ligt, bewijst niet dat elk varken ervan eet. In Nederland moet het voedersysteem ook zwakkere varkens voldoende voer laten krijgen. Varkens ouder dan twee weken moeten voortdurend voldoende vers water hebben, ook wanneer ze brijvoer krijgen. Dat staat bij de welzijnseisen van RVO.

  • Toegang: kijk of dieren bij voer én drinkwater kunnen komen.
  • Concurrentie: let op wegduwen en op dieren die vertrekken zonder te eten.
  • Morsen: kijk ook naast de bak voordat je verdwenen voer als gegeten beschouwt.
  • Schoonmaak: haal zichtbaar vervuild restvoer weg en controleer de bak en de plek eromheen vóór de volgende voerbeurt.

Blijft hetzelfde dier buiten de voerplek staan, laat dan de inrichting en voerwijze opnieuw beoordelen. Welk type voerbak past, is een afzonderlijke keuze; deze observatie vertelt je eerst welk probleem je wilt oplossen.

Voeropname, eetgedrag en conditie over meerdere voerbeurten volgen

Houd een korte registratie bij voor dezelfde dieren. De totale hoeveelheid verdwenen voer kan verhullen dat één dier weinig heeft gegeten. Volg ook de lichaamsconditie: het LICG wijst bij hobbyvarkens op zowel overgewicht als te magere dieren.

Controlekaart voor opeenvolgende voerbeurten
Moment Wat schrijf je op? Waar let je bij vergelijking op?
Vóór het voeren Datum, diergroep, voer of partij en restvoer Blijft er meer liggen dan gebruikelijk?
Tijdens het voeren Welke dieren eten, wachten of worden weggejaagd? Gaat het opnieuw om hetzelfde dier?
Na het voeren Morsen, vervuiling en bereikbaarheid van drinkwater Is er iets aan de voerplek veranderd?
Over langere tijd Conditie en, als je die bijhoudt, gewichtsontwikkeling Wijkt het verloop af van het advies voor deze dieren?

Schrijf waarnemingen op, geen vermoedelijke ziekte. ‘Staat bij de bak maar eet niet’ is voor een deskundige bruikbaarder dan een zelf gestelde diagnose.

Vlees, bijproducten en ecologisch voeren: claims toetsen

Mogen varkens kliekjes of vlees krijgen? Voer geen keukenafval: ook gekookte of ongekookte etensresten vallen onder het Nederlandse verbod. Geef evenmin losse vleesproducten. De voorlichting van RVO en NVWA voor hobbyhouders waarschuwt hierbij voor het overbrengen van dierziekten.

Een gecontroleerde grondstof in geproduceerd diervoeder is iets anders dan zelf restjes voeren. Voor het afzetten van plantaardige bijproducten als diervoeder gelden voorwaarden. Ook verwerkte dierlijke eiwitten in varkensvoer zijn aan specifieke regels gebonden. Beoordeel een aangeboden reststroom daarom niet op de naam ‘bijproduct’, maar vraag de leverancier naar de bestemming als diervoeder, de herkomst en de geschiktheid voor jouw dieren.

Woorden als ‘ecologisch’ of ‘circulair’ vertellen je evenmin voor welke diergroep een voer geschikt is. Gaat het om biologische productie, controleer dan de precieze aanduiding: volgens Skal is ‘geschikt voor de biologische landbouw’ niet hetzelfde als biologisch voer. Voor de biologische varkenshouderij gelden daarnaast afzonderlijke voereisen.

Minder eetlust of afwijkende groei: wanneer advies vragen?

Controleer bij een verandering of het gebruikelijke voer is verstrekt, of het dier de voerplek kan bereiken en of er drinkwater is. Noteer welk dier minder eet, sinds wanneer en of meer dieren hetzelfde laten zien. Deze controle helpt bij overleg, maar sluit ziekte niet uit.

Bel direct een dierenarts als een varken plotseling niet eet, duidelijk ziek oogt of minder eet en tegelijk bijvoorbeeld sloom is, braakt, hoest of diarree heeft. Doe dat ook als meerdere dieren plotseling minder eten; wacht dan niet eerst meerdere voerbeurten af. Verminderde eetlust komt bij verschillende aandoeningen voor en is op zichzelf geen diagnose. Het LICG beschrijft eetlustverlies bij ziekteverschijnselen en adviseert bij twijfel over de gezondheid een dierenarts te raadplegen.

Verandert de groei of conditie geleidelijk zonder duidelijk acuut ziek dier, bespreek dan je notities met de voerleverancier of een varkensvoedingsdeskundige. Raadpleeg ook een dierenarts wanneer een dier vermagert, achterblijft of je aan zijn gezondheid twijfelt. Zo kun je laten beoordelen of voerkeuze, toegang tot het voer of gezondheid aandacht vraagt, in plaats van op eigen houtje meer of ander voer te geven.