Afrastering

Schrikdraad aansluiten: de afrastering plannen en controleren

Praktische gids

Schrikdraad aansluiten: de afrastering plannen en controleren

Schrikdraad aansluiten begint met een plan. Teken de geleiders, doorgang, plek van het apparaat en aarding in. Kies onderdelen die bij elkaar passen en volg voor de aansluitingen en voeding de handleiding van het exacte apparaat. Werk aan aansluitingen met uitgeschakelde voeding en controleer de afrastering na het inschakelen met een afrasteringstester.

Inhoudsopgave
  1. Producten bij deze gids
  2. Schrikdraad plannen voor je dieren en terrein
  3. Schrikdraad, bevestigingen en voeding kiezen
  4. Schrikdraad bij poorten en doorgangen aansluiten
  5. Spanning op de afrastering meten na aanleg
  6. Lage spanning op schrikdraad: de oorzaak zoeken

Handig bij deze gids

Deze producten sluiten aan op de onderwerpen in deze gids. Bekijk per product het gebruik en waar je op moet letten bij je keuze.

Een aardpunt aanleggen

Aardpen Verzinkt met Klem, 1 m – ZoneGuard

Aardpen Verzinkt met Klem, 1 m – ZoneGuard

Deze aardpen vormt een onderdeel van het ZoneGuard aardingssysteem en heeft een klem voor de aardingsdraad.

Let op bij je keuze Ga na of deze pen past bij je gekozen aardingssysteem en volg voor de aansluiting de handleiding van je apparaat.

Schrikdraad plannen voor je dieren en terrein

Neem als denkbeeldig voorbeeld een paardenwei met een ingang vanaf het erf. Teken de perceelgrens, ingang, hoeken, bestaande afscheidingen, begroeiing en hoogteverschillen van bovenaf. Markeer waar anderen langs de afrastering kunnen lopen. Noteer welke dieren je binnen wilt houden en of je ook dieren van buiten wilt weren. Dit voorbeeld levert geen standaard aantal lijnen of draadhoogte op.

Markeer het begin en einde van het tracé, iedere richtingsverandering en beide kanten van de doorgang. Teken de rechte stukken ertussen. Zet ook de plek van het apparaat, de beschikbare voeding en het aardingssysteem op de schets. Houd de aarding apart van de verbinding naar de geleiders. Het afrasteringsoverzicht van Farmora laat zien welke onderdeelgroepen je afzonderlijk moet kiezen.

Grenst het tracé aan een weg of openbaar toegankelijk pad? Controleer vóór het plaatsen van palen de regels voor die plek bij je gemeente. De plaatselijke verordening van Maassluis bevat bijvoorbeeld bepalingen over schrikdraad bij een openbare plaats; die kun je niet zonder meer op een andere gemeente toepassen.

Schrikdraad, bevestigingen en voeding kiezen

Schriklint is plat en goed zichtbaar. Schrikkoord is rond en dikker dan dun kunststof schrikdraad. Met schrikdraad kan ook volledig metalen draad worden bedoeld. In kunststof lint, koord en sommige kunststof draden loopt de impuls via ingewerkte metalen geleiders; bij volledig metalen draad geleidt het draad zelf. Gallagher beschrijft de opbouw van kunststof schrikdraad. De vorm en het aantal metalen geleiders vertellen op zichzelf niet wat de weerstand is: vergelijk de specificatie van de gekozen uitvoering.

Voor de paardenwei valt breed lint doorgaans meer op dan dun kunststof of metalen draad. Koord is ook zichtbaarder dan dun draad. Kijk naar de kleur tegen de achtergrond en de volledige omheining: langs een bestaand, goed zichtbaar hek kan een passende koordlijn een andere keuze zijn dan langs een open stuk. Gallagher bespreekt zichtbaarheid bij paardenafrasteringen; het LICG raadt prikkeldraad rond een paardenwei af.

De volgende opgegeven maten en waarden horen bij de afzonderlijke pagina’s van Farmora voor het lint, het koord en het verzinkte draad. Ze gelden niet voor alle uitvoeringen van die materiaalsoorten.

Vorm en opgegeven eigenschappen van geleiders
Materiaal of uitvoering Vorm en maat Rollengte Geleiders Weerstand
Wit ZoneGuard Basic lint Plat, 20 mm breed 200 m 9 draden van roestvrij staal 2,58 Ω/m
Wit ZoneGuard Basic koord Rond, 6 mm dik 200 m 6 draden van roestvrij staal 3,87 Ω/m
Kunststof schrikdraad, zonder gekozen uitvoering Dunne draad; maat onbekend Onbekend Verschilt per uitvoering Onbekend
Verzinkt metalen schrikdraad Metalen draad, 2,5 mm dik 625 m Het metalen draad zelf Onbekend

Een lagere opgegeven weerstand betekent minder weerstand in de losse geleider, maar voorspelt niet welke spanning je op de complete afrastering meet. Verbindingen en de rest van de installatie tellen ook mee. Vraag naar de specificatie van de precieze uitvoering als een benodigde waarde ontbreekt.

Tel voor de materiaallijst de lengte van iedere geplande lijn. Is het traject van de voorbeeldwei 90 meter lang en plan je twee lijnen, dan is de basislengte 180 meter. Houd daarnaast rekening met de eigen hoeken, doorgang en verbindingen; dit is geen vaste bestellijst. Controleer per positie of de isolator, spanner en verbinder geschikt zijn voor de breedte van lint of de dikte en het materiaal van koord of draad. Maak onderscheid tussen een rechte lijn, hoek en doorgang.

Noteer de tracélengte, het aantal lijnen, de begroeiing en de beschikbare stroomvoorziening wanneer je apparaten vergelijkt. Ga bij accu, netvoeding of zonnevoeding niet uit van een willekeurige aansluiting: controleer in de handleiding van het gekozen model welke voeding en accessoires zijn toegestaan.

Schrikdraad bij poorten en doorgangen aansluiten

Teken bij de ingang waar het handvat de opening sluit, waar het blijft als de poort open is en hoe het deel aan de overkant elektrisch wordt verbonden. Kies handvat, poortanker en verbinding voor de gekozen geleider en opening. Moet het vervolg van de afrastering ook bij een geopende poort onder spanning blijven? Plan daarvoor een afzonderlijke geschikte geïsoleerde kabel onder de doorgang. Die kabel heeft een andere taak dan de poortgreep en is niet de aardingskabel van het apparaat, zoals ook blijkt uit de uitleg van Gallagher over poorten.

Leg de handleiding van jouw merk en model naast de schets. Zoek de aansluiting voor de afrastering, de afzonderlijke aansluiting voor de aarding, de toegestane voeding en de aanwijzingen voor de montageplek op. Vertrouw niet alleen op kabelkleur. De handleiding van de Horizont farmer AN apparaten geeft deze aansluitingen aan, maar is geen aansluitschema voor andere modellen.

  1. Monteer met uitgeschakelde voeding de palen, isolatoren, geleiders en poortonderdelen volgens het gekozen systeem.
  2. Verbind het aardingssysteem met de daarvoor aangewezen aansluiting zoals de apparaathandleiding voorschrijft.
  3. Sluit de geleiders met passende aansluitmaterialen aan op de bedoelde aansluiting. Volg voor eventuele extra lijnen ook de instructies van de onderdelen.
  4. Controleer of aansluitingen niet zijn verwisseld en geen geleider een paal, hekdeel of begroeiing raakt. Probeer de doorgang terwijl het apparaat nog uit staat: opent hij ver genoeg en blijft het losse deel uit de looproute? Schakel daarna in volgens de apparaathandleiding.

Kun je een aansluiting of toegestane voedingsbron niet zeker herkennen, schakel het apparaat dan niet in. Vraag de fabrikant of een vakbekwame installateur om hulp.

Spanning op de afrastering meten na aanleg

Gebruik een afrasteringstester volgens de instructies van die tester. Meet bij het begin van een geleider, vóór en na de doorgang en verderop. Noteer datum, weer, aflezing met eenheid, gebruikte meter en welke delen aangesloten waren. Vergelijk de waarden met de aanwijzingen voor jouw apparaat en toepassing. Een lampje op het apparaat vervangt een meting op de afrastering niet. Gallagher legt uit waarom je de spanning op de afrastering controleert; de handleiding van de Gallagher voltmeter beschrijft hoe metingen per deel helpen bij het zoeken naar een probleem.

Dit is een fictieve meetronde langs de lijn van de voorbeeldwei. De waarden zijn geen streefwaarden.

Fictieve meetwaarden langs één aangesloten lijn
Meetpunt Aflezing Notitie
Bij het begin 4,1 kV Beginwaarde
Vóór de poort 3,9 kV Kleine verandering
Na de poort 1,7 kV Opvallende daling
Verderop 1,6 kV Waarde blijft ongeveer gelijk

Hier verdient de overgang bij de poort aandacht; de metingen bewijzen niet dat de poort zelf defect is. Controleer ook of de poort sluit en de geleiders vrij lopen. Moet het deel voorbij de poort volgens je plan bij een open poort werken, meet dan ook in die situatie. Gebruik de tester, niet je hand. Laat dieren niet op de afrastering vertrouwen als de werking niet is zoals bedoeld.

Lage spanning op schrikdraad: de oorzaak zoeken

Overal een lage waarde

Noteer merk, model en type voeding van het apparaat en bekijk zichtbare statusmeldingen volgens de handleiding. Een batterij, accu en lichtnetaansluiting vragen niet dezelfde controle. De controlehulp van AKO onderscheidt een meting op de aangesloten afrastering van een aparte meting aan de apparaatuitgang. Een lage draadmeting alleen bewijst niet dat het apparaat kapot is. Voor het losnemen van aansluitingen of een uitgangsmeting gelden de instructies van apparaat en tester; schakel het apparaat uit voordat je iets losneemt. Laat een vermoed probleem met de lichtnetvoorziening door een vakman beoordelen.

Een daling na een overgang

Inspecteer het deel tussen de meetpunten. Kijk naar planten die de geleider raken, materiaal op de grond, doorhang, losse bevestigingen en schade aan isolatoren of verbindingen. Controleer bij een poort de overgang naar het volgende deel; ook de toevoerleiding tussen apparaat en afrastering kan aandacht vragen. AKO noemt deze punten bij de controle van een afrastering. Een zichtbaar probleem hoeft niet de enige oorzaak te zijn.

Moet je een lijn herstellen of verlengen, schakel het apparaat dan eerst uit. Kies een verbinder voor het materiaal en de maat en volg de instructies van dat onderdeel. Controleer ook het elektrische contact tussen de metalen geleiders. AKO onderscheidt verbinders voor draad, koord en verschillende lintbreedtes en raadt knopen als elektrische verbinding af. Zet verbindingen op je schets, zodat je er later vóór en na kunt meten. Een andere rol geleider is niet automatisch de oplossing voor een lage waarde.

De aarding beoordelen

De aarding maakt deel uit van de stroomkring wanneer de afrastering wordt aangeraakt. Volgens AKO is goed contact tussen aardpen en grond belangrijk en geleidt droge grond slecht. Noteer de toestand van de grond en kijk of de zichtbare aardingsaansluiting beschadigd of los lijkt. Een meting op de draad is geen aardingstest en bewijst op zichzelf geen aardingsprobleem. De Gallagher handleiding voor de voltmeter beschrijft daarvoor een afzonderlijke meting onder andere omstandigheden. Volg uitsluitend de werkwijze voor jouw meter en installatie of vraag ervaren hulp.

Meet na een aanpassing opnieuw op dezelfde plekken en noteer wat veranderd is. Vraag de fabrikant, installateur of een afrasteringsspecialist om hulp als waarden laag blijven, een aansluiting beschadigd lijkt of je een uitgangsmeting of aardingstest niet zeker kunt uitvoeren. Geef dan je schets, meetnotities, merk en model, type voeding en de aangesloten delen per meting mee.