Paarden

Noriker paard: herkomst, eigenschappen en verzorging

Een stevig gebouwd bruin paard met zwarte manen, staart en onderbenen staat op een erf voor een houten staldeur.

Rassenwijzer

Noriker paard: herkomst, eigenschappen en verzorging

De Noriker is een Oostenrijks koudbloedpaard dat volgens het fokprogramma van de vereniging in Opper Oostenrijk vooral geschikt wordt geacht voor trekken en mennen. Rijden is ook mogelijk. Zoek je een Noriker, beoordeel dan vooral de opleiding, gezondheid en omgang van het paard dat je op het oog hebt, én de plek waar het zal wonen.

Een stevig gebouwd bruin paard met zwarte manen, staart en onderbenen staat op een erf voor een houten staldeur.
Wat is de rasnaam?

Noriker

Waar komt het ras vandaan?

Oostenrijk

Wat voor paard is het?

Een middelzwaar koudbloedpaard

Waarvoor wordt het gebruikt?

Onder meer voor trekwerk en mennen; rijden is eveneens mogelijk

Inhoudsopgave
  1. Producten bij deze gids
  2. Rasnaam, herkomst en registratie van de Noriker
  3. Lichaamsbouw en vachtkleuren binnen het ras
  4. Inzetmogelijkheden en het belang van individuele training
  5. Huisvesting, hoeven, voer en passende uitrusting
  6. Past een Noriker op jouw erf? Ruimte, begeleiding en individuele beoordeling

Handig bij deze gids

Deze producten sluiten aan op de onderwerpen in deze gids. Bekijk per product het gebruik en waar je op moet letten bij je keuze.

De Noriker in het kort
Vraag Kort antwoord
Wat is de rasnaam? Noriker
Waar komt het ras vandaan? Oostenrijk
Wat voor paard is het? Een middelzwaar koudbloedpaard
Waarvoor wordt het gebruikt? Onder meer voor trekwerk en mennen; rijden is eveneens mogelijk

Rasnaam, herkomst en registratie van de Noriker

Noriker is de rasnaam in het Oostenrijkse fokprogramma uit 2020. Volgens dat programma voert de vereniging in Salzburg het stamboek over de oorsprong van het ras; de vereniging in Opper Oostenrijk voert een aansluitend stamboek. Het programma onderscheidt vijf bloedlijnen: Vulkan, Nero, Schaunitz, Diamant en Elmar. Dat zijn lijnen binnen één ras. De fokvereniging in Karinthië beschrijft de Noriker eveneens als Oostenrijks koudbloedpaard.

Vraag bij een aangeboden paard naar de registrerende fokvereniging en bekijk de afstammingsdocumenten. Controleer bij overdracht ook of het chipnummer van het paard bij het paspoort hoort. Een rasnaam in een advertentie is daarvoor geen vervanging. De Nederlandse registratieregels van RVO gelden ook als een paard buitenlandse fokpapieren heeft.

De Noriker is niet hetzelfde ras als het Fjordpaard: Fjord Horse International beschrijft het Fjordpaard als een ras uit Noorwegen.

Lichaamsbouw en vachtkleuren binnen het ras

Het fokdoel uit Opper Oostenrijk beschrijft een middelzwaar paard met een krachtige hals, voldoende borstbreedte, een goed bespierde achterhand en stevige benen en hoeven. De genoemde ideale schofthoogte is 156 tot 164 centimeter voor merries en 160 tot 165 centimeter voor hengsten vanaf vier jaar. Dit zijn Oostenrijkse fokdoelen voor die groepen, geen Nederlandse norm of vaste maat voor iedere Noriker.

Bruin, zwart en vos komen voor, evenals schimmelkleuren en gevlekte patronen. Een gevlekte Noriker is dus geen afzonderlijk ras. Kijk bij een kennismaking verder dan kleur en bouw: laat het paard bewegen en vraag naar zijn gebruik en verzorging. De fokvereniging in Karinthië laat zien hoe uiteenlopend de kleuren binnen het ras zijn.

Inzetmogelijkheden en het belang van individuele training

Het Oostenrijkse fokprogramma noemt trekken en mennen als voornaamste gebruiksrichtingen en rijden als mogelijkheid. Een evenwichtig temperament is een fokdoel, maar zegt niet hoe een individueel paard in een nieuwe situatie reageert of welk werk het al beheerst.

Vragen bij een kennismaking
Jouw plan Wat wil je van dit paard zien of weten?
Mennen Vraag welke ervaring het paard heeft met de wagen en laat het gebruik demonstreren door iemand die het paard kent.
Rijden Vraag naar zijn opleiding onder het zadel en bekijk hoe het beweegt bij het werk dat je wilt doen.
Dagelijkse omgang Bekijk rustig hoe het paard zich laat begeleiden, poetsen en aan de voeten verzorgen.

Maak onderscheid tussen wat het paard vandaag laat zien en wat je later nog wilt aanleren. Bespreek vóór aankoop met een ervaren instructeur of begeleider of jouw ervaring en het beoogde gebruik bij dit paard passen. Ook het LICG adviseert vooraf na te gaan of een paard bij je situatie past.

Huisvesting, hoeven, voer en passende uitrusting

Een Noriker heeft, net als andere paarden, dagelijks contact met soortgenoten en vrije beweging nodig. Zorg voor een droge plek om te staan en te liggen, beschutting buiten, voldoende ruwvoer en steeds schoon drinkwater. Bekijk stal, uitloop, voerplekken en doorgangen voor het individuele paard: een schofthoogte uit een fokprogramma vertelt je niet of jouw verblijf goed is ingericht. RVO beschrijft de basis van goede paardenzorg.

Checklist voor de dagelijkse zorg
Onderdeel Waar let je op?
Verblijf Kan het paard vrij bewegen, droog rusten en contact hebben met andere paarden?
Voer en water Zijn er voldoende ruwvoer en schoon water? Laat het voer afstemmen op het paard en zijn gebruik.
Hoeven Controleer op vuil of voorwerpen in de hoeven en merk veranderingen in het lopen op.
Huid en tuig Houd de plekken waar uitrusting ligt schoon en let op schuren of druk.
Gezondheid Let op veranderingen in eetlust, houding en beweging; overleg bij zorgen met een dierenarts.

Plan ook hoefverzorging en periodieke controles door een dierenarts. RVO adviseert doorgaans elke 6 tot 8 weken een hoefsmid; het LICG adviseert de hoeven en plekken onder tuig te controleren. Bespreek met je dierenarts wat dit paard verder nodig heeft.

Hoe controleer je de pasvorm van materiaal voor dit paard?

Een maatnaam zegt minder dan de pasvorm op het hoofd van jouw paard. Vergelijk een nieuw halster met een exemplaar dat al goed ligt en kijk of neusriem, kopstuk en bakstukken ook bij beweging goed blijven zitten. De Farmora keuzehulp voor halsters licht die controle toe. Uit een rasnaam volgt geen passende halstermaat.

Laat een zadel of mentuig beoordelen voor het paard én het werk dat je wilt doen. Controleer na gebruik of er plekken zijn waar het materiaal drukt of schuurt. Het LICG benadrukt het belang van passend harnachement; kies voor het afstellen zo nodig hulp met ervaring in het betreffende gebruik.

Past een Noriker op jouw erf? Ruimte, begeleiding en individuele beoordeling

Drie situaties om vooraf te beoordelen
Situatie Wat betekent dit voor jouw keuze?
Eigen erf met andere paarden en vrije uitloop Een mogelijk vertrekpunt. Bekijk ook de rustplek, beschutting, voerplekken en doorgangen.
Weinig ruimte thuis, wel een pensionplek Bezoek de plek en spreek af wie de dagelijkse verzorging en begeleiding regelt.
Alleen een weide zonder gezelschap of beschutting Regel eerst een passend verblijf; deze situatie voldoet niet aan de beschreven basisbehoeften.

Loop de route van rustplek naar uitloop en voer na alsof het paard er al staat. Kan het zich daar gemakkelijk bewegen? Kan het bij water en voer zonder dat een ander paard de toegang belemmert? Blijft er ook bij nat weer een droge plek? Zulke vragen helpen meer dan een algemene uitspraak dat een erf groot genoeg lijkt. De eisen aan sociaal contact, beweging, droog liggen en beschutting staan bij RVO.

Kijk vervolgens naar je eigen mogelijkheden. Voor mennen of rijden heb je begeleiding nodig die aansluit bij de opleiding van het paard en jouw ervaring. Spreek ook af wie voert, controleert en verzorgt wanneer je ziek of met vakantie bent. RVO wijst erop dat die zorg in weekenden en vakanties doorgaat.

Komt het paard op jouw locatie te staan? Dan heeft de locatiehouder volgens RVO een UBN nodig en registreert die paarden die er 30 dagen of langer verblijven in I&R. Vraag bij een buitenlands paspoort dat nog niet in het Nederlandse systeem bekend is een gemachtigde instantie om de eerste registratie te regelen. Zo kun je de keuze voor het paard en de voorbereiding van zijn verblijf afzonderlijk zorgvuldig afronden.